Korps Rijdende Artillerie

Korps Rijdende Artillerie

De Gele Rijders, nieuws, media, archief

Geschiedenis Manege

De geschiedenis van de Manege Korps Rijdende Artillerie

De Manege Korps Rijdende bestaat reeds sinds 1966. Hieronder volgt een beknopte weergave van de geschiedenis van deze bijzondere manege.

 Het begin

Na de schenking van het paard Rudolf in februari 1965 ontstond het idee om een rijvereniging voor officieren van het Korps Rijdende Artillerie op te richten. Aangezien het Korps vanaf haar oprichting in 1793 tot aan het begin van de tweede wereldoorlog het paard als transportmiddel had gekend was het een kleine stap. Eén van de drijvende krachten achter de rijvereniging in haar prille begin was eerste luitenant E.D. Terhenne. Hij trainde het paard Rudolf en bouwde samen met een aantal dienstplichtigen bij een boerderij in Schaarsbergen een kleine buiten manege. De vereniging beschikte over nog drie andere paarden; twee van een bevriende relatie en één van de bewoner van de boerderij ‘boer’ Rap. Een tweede man was de adjudant G.M. Ankoné die zich met de zorg voor de paarden belastte en optrad als hoofdinstructeur. Begin 1966 pachtte de opgerichte Stichting Afdeling Rijdende Artillerie een stuk grond naast de kazerne waarop een stal voor zes paarden en een buiten manege werden gebouwd. In 1968 werd er binnen de Stichting Museum van het Korps Rijdende Artillerie een comité gevormd dat fondsen wierf voor de bouw van een binnen manege. Voorafgaande aan het Korpsdiner op 24 februari 1968 legde kolonel b.d. W.C. Maas de eerste steen. De bouw nam ongeveer tien maanden in beslag.

Onder leiding van kornet G.M. Faling en wachtmeester W. Stalenhoef, respectievelijk bouwkundige en timmerman van beroep, voerden een tiental rijders gesteund door de genie, het project in vrije uren uit. Op 4 juli 1969 verrichte kolonel b.d. W.C. Maas de opening.

 

 Bloeiperiode

De jaren 1969 – 1982 maakte de manege een bloeiende periode door. Ze stond onder leiding van tenminste twee officieren. Eén van hen was belast met de dagelijkse gang van zaken, de ander met de financiële administratie. De manege zelf werd ondergebracht in de Stichting Manege Korps Rijdende Artillerie. Het paarden aantal schommelde rond de zes. De accommodaties werden uitgebreid en verbeterd. In 1971 werd een tuighuis in gebruik genomen en vier jaar later een nieuwe buitenmanege en een springtuin. In de loop van de periode konden niet alleen actief dienende militairen van het Korps Rijdende Artillerie en oud-rijders, maar ook hun partners gebruikmaken van de faciliteiten. De rijlessen werden gegeven door enkele militairen die op basis van vrijwilligheid bij de manege waren tewerkgesteld. Nadat in 1984 de gemeente Arnhem haar toestemming had gegeven werd de binnenmanege tot 35 meter verlengd. Ook het dak en het houtwerk werden vernieuwd. In 1985 werd een ‘prefab’-nachtverblijf geplaatst voor het personeel op de manege. In 1987 werd de manege heropend, bijgewoond door al diegene die in 1963 een bijdrage hadden geleverd aan de levende traditie van het Korps Rijdende Artillerie. In 1988 werd het aantal stallen uitgebreid tot achttien. In 1991 vond de verhuizing van het Korps Rijdende Artillerie naar de Saksen Weimarkazerne in Arnhem plaats. Er waren plannen de manege mee te verhuizen naar een locatie naast de nieuwe kazerne. Dit kon echter geen doorgang vinden. 

 De manege nu

In 1999 verhuisde het Korps Rijdende Artillerie naar ‘t Harde bij Oldebroek. De manege volgde op 1 februari 2005. De oude manege in Schaarsbergen is gesloopt en het terrein is teruggegeven aan de natuur. Er gaan stemmen op om de manege ook voor militairen van buiten het Korps open te stellen.

Op de manege zijn vier beroepsmilitairen tewerkgesteld. Zij kunnen in hun diensttijd cursussen volgen die zij nodig hebben om hogerop te komen. Daarbij mogen ze gebruikmaken van de faciliteiten die de Afdeling biedt. Daar staat tegenover dat zij deelnemen aan militaire wedstrijden en optredensmet het detachement 6-veld. Alvorens op de manege tewerkgesteld te worden moeten ze laten zien over de juiste kennis te beschikken en een zekere mate van rijvaardigheid te hebben. Na de militaire basisopleiding doorlopen te hebben worden ze geplaatst bij de 11e Afdeling Rijdende Artillerie waar ze 1 tot 1½ jaar op functie blijven. Vervolgens beginnen de werkzaamheden op de manege. Er wordt een grote mate van zelfstandigheid verwacht van het personeel alsmede een gevoel van verantwoordelijkheid voor de levende have daar zij toch gauw de zorg over zo’n twintig paarden hebben. Het werk varieert van stallen uitmesten, voederen en stro halen tot lesgeven aan personeel van de Afdeling dat komt rijden en trainen met het vierspan t.b.v. de optredens. Ze worden hierbij ondersteund door een bedrijfsleider die belast is met de leiding over de dagelijkse gang van zaken op de manege. Deze hebben echter ook een functie binnen de 11e Afdeling Rijdende Artillerie en kunnen dus niet hele dagen op de manege aanwezig zijn.

 Detachement 6-veld


Een taak die de manege toebedeeld kreeg was het detachement 6-veld. Deze bestond in de begindagen uit oud-rijders van vóór 1940. Naast adjudant b.d. W. Pullen was wachtmeester b.d. P. Elings een belangrijke kracht. Hij fungeerde meestal als stukscommandant van het detachement. Zo nu en dan namen ook actief dienende pikeurs deel aan een optreden. Hun aandeel bestond uit het berijden van het vierspan. De eerste keer dat het 6-veld in actie kwam was in juli 1966 op de Arnhemse Heide. Dit was echter alleen een rijproef, de stuksbediening kwam niet als zodanig in actie. 

De eerste openbare uitvoering vond plaats tijdens de taptoe in Delft in 1966. Ook in 1968 nam het 6-veld deel aan de taptoe, waarbij de vuurmonden werden getrokken door paarden van de Koninklijke Stallen. In dat  jaar kwam het detachement nogmaals in actie tijdens een tocht door het centrum van Arnhem ter gelegenheid van de viering van de geboorte van prins Johan Friso. In 1969 nam het 6-veld deel aan de Gelderse ruitersportdag in Arnhem. In het jubileum jaar 1973 werd opgetreden met het 7-veld getrokken door een zesspan. Daarbij fungeerde tweede luitenant Soethout als stukscommandant. Prins Bernhard woonde die dag bij gekleed in het tenue van de rijders. 

Een ander hoogtepunt was de deelname op 25 augustus 1978 aan het feest der honderd paarden in Breda. En de viering van het 110-jarig bestaan van het First Regiment Royal Canadian Horse Artillery dat werd gehouden in het Duitse Lahr. Op zaterdag 25 juni 1983 woonden ruim 2000 personen de reünie van het Korps bij. Die dag trad het 6-veld voor het laatst op met rijders van vóór 1940, hun leeftijd gebood dat deze taak werd overgenomen door een jongere garde. De vele optredens met het 6-veld begonnen echter hun tol te eisen. Vervanging door een authentiek kanon was onmogelijk. Er werd besloten een replica te laten maken. In 1987 werd een contract getekend met dhr Nijholt voor de bouw van een extra kanon. Deze kwam in 1991 gereed.

 Wedstrijden


De militairen van het Korps hebben altijd meegedaan aan een groot aantal wedstrijden. Bij de Militaire Ruiter Kampioenschappen zijn ze altijd van de partij en meestal niet onverdienstelijk.

In 1973 boekte tweede luitenant C.A.H. Soethout een overwinning op het onderdeel cross country. Twee jaar later slaagden de rijders erin zowel de equipe als de individuele prijs te behalen. Ook bij de wereldkampioenschappen in Italië zijn een aantal rijders van de partij.

In 1985 behaalde een team van de rijders een tweede plaats tijdens de internationale militaire ruiterwedstrijden voor NAVO-militairen in het Duitse Arolsen. In 1988 en 1989 legde een team onderleiding van kapitein Soethout beslag op de wisselbeker tijdens het Nationaal Militair Indoor Springkampioenschap in Rijsbergen. Tevens verleende het Korps altijd grote steun bij tal van hippische evenementen als Jumping Amsterdam, Jumping Indoor Maastricht en natuurlijk Champion Arnhem.