De geschiedenis van het Museum Korps Rijdende Artillerie
In dit Museum wordt een beeldend verhaal 'geschetst' van de geschiedenis van het Korps Rijdende Artillerie. Dit Korps werd in 1793 opgericht als snel verplaatsbare artillerie-eenheid die in die tijden in staat zou moeten zijn om de cavalerie op de slagvelden te volgen en in de gevechten met kanonvuur te steunen. Het Korps is nu actief in wereldwijde vredesmissies waaraan Nederland deelneemt en is ook het oudste onderdeel van de Koninklijke Landmacht.
|
Het museum is sinds 2005 gevestigd in een historisch 19e-eeuws gebouw op de Legerplaats bij Oldebroek in
't Harde. Dit gebouw dateert van 1891 en was oorspronkelijk bedoeld te dienen als kerkgebouw voor de op de Legerplaats woonachtige werknemers en hun gezinnen. Om onbekende redenen heeft het als zodanig nimmer dienst gedaan, maar is het gebruikt als werkplaats en als opslagruimte. Dankzij de inspanningen van Defensie is dit gebouw getransformeerd tot een fraai museumgebouw en voldoet het aan alle moderne eisen betreffende beveiliging en klimaatbeheersing. Op 6 oktober 2006 werd het museum erkend als 'Geregistreerd Museum', een eervol
predikaat dat wordt verleend door de Nederlandse Museum Vereniging aan musea die voldoen aan haar hoge eisen op het gebied van registratie en beheer van de museale voorwerpen, foto's en documenten. |
|
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog bleek de Korpsbeker helaas spoorloos verdwenen te zijn. Gerichte zoekacties, opgestart na de heroprichting van het Korps in 1963, leverden niets op. Echter in 1989 ontdekte de antiquair Bochove, reserve luitenant-kolonel der Artillerie, de beker in een catalogus van het Londense veilinghuis Sotheby. Nadat het eigendomsrecht was aangetoond deed de Britse familie die de beker ter veiling had aangeboden, er vrijwillig en zonder verdere aanspraken afstand van. Op 26 januari 1990 keerde de Korpsbeker terug bij het Korps en werd voor het eerst weer gebruikt tijdens een diner van alle oud-korpscommandanten. Zij dronken toen allen symbolisch uit de Korpsbeker voor alle officieren die onder hun commando sinds 1963 tot het Korps waren toegetreden. Op 17 februari van dat jaar werd er voor het eerst sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog weer uit gedronken door officieren bij hun toetreding tot het Korps. Als de beker niet in gebruik is, bevindt deze zich in een vitrinekast in het museum zodat bezoekers hem kunnen bewonderen. |
|
Er is voor gekozen in de collectie van het museum geen artilleriegeschut op te nemen: een grote en interessante verzameling van ook door het Korps Rijdende Artillerie gebruikte kanonnen en houwitsers is immers te bewonderen in en rond het Nederlands Artillerie Museum (www.nederlandsartilleriemuseum.nl), dat op dezelfde locatie is gevestigd. De doelstellingen van het museum zijn de volgende: |
|
|
Het in stand houden van de Korpscollectie en deze op een zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau brengen. Daarbij behoort ook een complete documentatie volgens de daarvoor geldende regels. |
|
|
Bevorderen van het bezoek aan het museum. Naast het eigen personeel van het Korps, oud-rijders (veteranen) en overige (oud-)militairen moet ook een vaste openingstijd van tenminste twee dagdelen per week en een actief publiciteitsbeleid leiden tot meer bezoekers uit de regio en andere belangstellenden. |
|
|
In een latere fase het intensiveren van het onderzoek naar de geschiedenis van de voorwerpen uit de collectie en daarnaast het vastleggen van de voortschrijdende geschiedenis van het Korps Rijdende Artillerie. |
|
|
Het bevorderen van alle mogelijke activiteiten ter verhoging van de saamhorigheid, de onderlinge verbondenheid en de traditiebeleving van het Korps. |
|
|
Bevorderen van de samenwerking met regionale musea, in het bijzonder het Nederlands Artillerie Museum, en het uitwisselen van kennis en ervaring. |