Het materieel van de Rijdende Artillerie in de loop der eeuwen

Hieronder een overzicht van kanonnen en houwitsers die door de jaren heen door het Korps Rijdende Artillerie zijn gebruikt. Het overzicht pretendeert niet compleet te zijn, maar geeft wel een beeld van het schietend materieel van de 'Gele Rijders' vanaf halverwege de 19e eeuw.


6-ponder model 1848

Soort geschut Glad voorlaadkanon
Fabrikant Nederland
Bij KRA ingevoerd 1848
Kaliber Ca. 9 cm
Gewicht Ca. 950 kg
Max. vuursnelheid 1 schot/min
Max. dracht Ca. 1,5 km
Bemanning Ca. 9

Van de 17e eeuw tot in de tweede helft van de 19e eeuw vormden 3-, 6- en 12-ponders de hoofdmoot van de bewapening van de Nederlandse artillerie. Het betrof hoofdzakelijk voorladers met gladde lopen, van ijzer of brons, die in de loop der eeuwen maar weinig veranderden. De belangrijkste verandering was dat het gewicht in de loop der jaren terugliep. In de loop der jaren zijn er vele modellen 6-ponder in gebruik geweest bij de Rijdende Artillerie. Bovenstaand geschut was het laatste model 6-ponder en werd in 1848 ingevoerd. Dit zogenaamde 'lichte veldmaterieel' was van brons en werd getrokken door 6 paarden.

12-ponder model 1848

Soort geschut Glad voorlaadkanon
Fabrikant Nederland
Bij KRA ingevoerd 1848
Kaliber 12 cm
Gewicht Ca. 950 kg
Max. vuursnelheid 1 schot/min
Max. dracht Ca. 3,0 km
Bemanning Ca. 9

Van de 17e eeuw tot in de tweede helft van de 19e eeuw vormde de 12-ponder samen met de 3- en 6-ponder de hoofdmoot van de bewapening van de Nederlandse artillerie. In de loop der jaren zijn er vele modellen 12-ponder in gebruik geweest bij de Rijdende Artillerie. Bovenstaande vuurmond was één van de laatste modellen 12-ponder en werd in 1848 ingevoerd (de laatste werd in 1861 ingevoerd). Het was van brons en werd getrokken door 6 zware of 8 gewone paarden. In 1862 werd de 12-ponder bij de Rijdende Artillerie vervangen door het kanon van 8 cm, maar tijdens de mobilisatie van 1870 werd tijdelijk teruggevallen op de 12-ponder, omdat ze niet zouden voldoen bij het afgeven van kartetsvuur. In 1872 verdween de 12-ponder definitief van het toneel bij de Rijdende Artillerie.

Kanon van 8 cm / 4-ponder

Soort geschut Getrokken voorlaadkanon
Fabrikant Nederland
Bij KRA ingevoerd 1862
Kaliber 85,5 mm
Gewicht Ca. 95 kg
Max. vuursnelheid 1 schot/min
Max. dracht Ca. 1,5 km
Bemanning Ca. 9

Het eerste veldgeschut van de Nederlandse artillerie met een getrokken loop. Na vele proefnemingen werd dit geschut in 1961 bij de veldartillerie in gebruik genomen; een jaar later ook bij de Rijdende Artillerie. De 4-ponder werd geproduceerd uit bestaande gladde 6-ponders en 12-duims houwitsers. De lopen werden volgegoten en uitgeboord op 8,55 cm. De 4-ponder die van de 12-duims houwitsers werd gemaakt had een iets kortere en lichtere loop. In 1876 werd de 4-ponder vervangen door het getrokken geschut 8 cm brons. 

8 cm brons

Soort geschut Getrokken achterlaadkanon
Fabrikant Oerlikon, Zwitserland
Bij KRA ingevoerd 1876
Kaliber 84 mm
Gewicht 1.935 kg
Max. vuursnelheid 2 schoten/min
Max. dracht Onbekend
Bemanning Onbekend

Eén van de eerste kanonnen op een metalen affuit. Het geschut werd getrokken door 6 paarden. Het was het eerste getrokken achterlaadkanon dat bij de Rijdende in gebruik was. Het kanon is ook in gebruik geweest bij de  veldartillerie. Daar werd het in 1880 alweer opgevolgd door het kanon van 8 cm staal. Een jaar later gebeurde hetzelfde bij de Rijdende Artillerie.

8 cm staal

Soort geschut

Getrokken achterlaadkanon

Fabrikant

Krupp, Duitsland

Bij KRA ingevoerd

1881

Kaliber

84 mm

Gewicht

1.030 kg

Max. vuursnelheid

2 schoten/min

Max. dracht

5,0 km

Bemanning

Onbekend

Deze vuurmond is tussen 1881 en 1905 bij de Rijdende Artillerie in gebruik geweest. Het was daar de opvolger van het kanon 8 cm brons. Vanaf 1880 tevens in gebruik bij de vestingartillerie, maar na opheffing van de vestingartillerie in 1927 overgegaan naar de mobilisabele eenheden van de veldartillerie. In 1927 gemodificeerd bij de Artillerie Inrichtingen, waarbij het sluitstuk en afvuurmechanisme werden vervangen. In 1933 uit de bewapening genomen, maar het keerde terug in 1939. Het inmiddels sterk verouderde kanon deed in de meidagen van 1940 dienst bij het 17e en 20e Regiment Artillerie. Het geschut werd getrokken door 6 paarden. 

7-veld

Soort geschut

Getrokken achterlaadkanon

Fabrikant

Krupp, Duitsland

Kaliber

75 mm

Bij KRA ingevoerd

1905

Gewicht

990 kg

Max. vuursnelheid

6 à 8 schoten/min

Max. dracht

6,5 km

Bemanning

7

Dit zwaardere 'broertje' van de 6-veld was gemaakt van nikkelstaal en werd in 1926 gemodificeerd tot een vuurmond van 1250 kg met een dracht van 10 km. Het was het eerste snelvuurkanon met rem- en vooruitbrenginrichting in het Nederlandse leger. Het werd in 1904 bij de veldartillerie ingevoerd en een jaar later bij de Rijdende Artillerie. In mei 1940 had het Nederlandse leger nog steeds de beschikking over 326 stuks van dit geschut. De 7-veld was het standaardgeschut van de veldartillerie en de Rijdende Artillerie tot 1940. Het werd getrokken door 6 paarden en vanaf 1925 bij de Rijdende Artillerie ook door Fordson-trekkers en Ford-vrachtwagens. 

6-veld

Soort geschut

Getrokken achterlaadkanon

Fabrikant

Krupp, Duitsland

Bij KRA ingevoerd

1925

Kaliber

57 mm

Gewicht

577 kg

Max. vuursnelheid

4 schoten/min

Max. dracht

3,5 km

Bemanning

4

Sinds de invoering van dit stalen kanon in Nederland in 1894, is de 6-veld ruim 4 decennia een vaste waarde in Nederlandse leger geweest. In 1925 werd dit geschut ook ingedeeld bij de Rijdende Artillerie, waarbij de oorspronkelijke houten wielen met ijzeren beslag waren vervangen door raden met luchtbanden voor gemotoriseerd vervoer. Toen in de jaren '20 een tekort aan trekpaarden ontstond bij de (veld)artillerie, werd namelijk besloten om op motortractie over te schakelen, te beginnen de Rijdende Artillerie. Voor de 6-veld werd hiervoor gebruik gemaakt van Ford-vrachtauto's. In mei 1940 had het Nederlandse leger nog steeds de beschikking over 206 stuks van dit geschut. Bij de Rijdende Artillerie was de 6-veld toen al uit de bewapening verdwenen. Sinds 1966 maakt de manege van de Rijdende Artillerie gebruik van twee kanonnen 6-veld ten behoeve van optredens. Ook heden ten dage verzorgt de manege nog steeds optredens met een detachement 6-veld.

25-ponder

Soort geschut

Getrokken kanon

Fabrikant

Royal Ordnance Factories, Engeland

Bij KRA ingevoerd

1963

Kaliber

88 mm

Gewicht

1.785 kg

Max. vuursnelheid

10 schoten/min

Max. dracht

12,3 km

Bemanning

6

De naam van dit snelvuurgeschut slaat op het gewicht van de granaten die het afvuurde: 25 pond. Vanwege het kaliber en de toepassing als veldgeschut ook wel de '9-veld' genoemd. In 1938 werd dit lichte veldgeschut in Engeland in productie genomen. Het speelde een belangrijke rol tijdens de bevrijding van Nederland in 1945, want zowel de Engelse als Canadese bevrijders gebruikten dit kanon. In de periode na de Tweede Wereldoorlog was de 25-ponder jarenlang het standaardgeschut van de lichte veldartillerie. Bij de KRA is de 25-ponder kort in gebruik geweest, want na de oprichting van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie in januari 1963 is de vuurmond tot april 1964 gebruikt, alvorens vervangen te worden door de getrokken 105 mm houwitser M101 A1. Nadat de 25-ponder uit de parate bewapening was genomen, is het tot 1984 nog ingedeeld geweest bij mobilisabele onderdelen. Tegenwoordig wordt de 25-ponder nog gebruikt door de saluutbatterij van de Gele Rijders. 

M101 A1

Soort geschut

Getrokken houwitser

Fabrikant

Rock Island Arsenal, VS

Bij KRA ingevoerd

1964

Kaliber

105 mm

Gewicht

2.030 kg

Max. vuursnelheid

10 schoten/min

Max. dracht

11,3 km

Bemanning

9

Tijdens de Tweede Wereldoorlog nog bekend als de M2 105 mm. In 1940 in productie genomen en vervolgens gedurende decennia één van 's werelds meest gebruikte houwitsers. Kort na de invoering in Nederland in 1950 mobilisabel gesteld vanwege de standaardisatie van de lichte veldartillerie naar de 88 mm 25-ponder. In 1964 weer paraat gesteld i.v.m. standaardisatie naar 105 mm en ingedeeld bij de 11e Afdeling Rijdende Artillerie en de 42e Afdeling Veldartillerie. In de jaren '70 alleen nog ingedeeld bij mobilisabele afdelingen en daarna gebruikt op het ASK bij Oldebroek voor het oefenen van voorwaartse waarnemers en vuurregelingspersoneel. In 1991 werd na ruim 40 jaar met enig ceremonieel officieel afscheid genomen van de M101 op het ASK bij Oldebroek. 

AMX-PRA 105 mm

Soort geschut

Gemechaniseerde houwitser

Fabrikant

AMX, Frankrijk

Bij KRA ingevoerd

1969

Kaliber

105 mm

Motor SOFAM 8GXb, 8-cilinder, 8 l, benzine, 250 pk (186 kW)

Gewicht

16.500 kg

Max. vuursnelheid

10 schoten/min

Max. dracht

15,0 km

Max. snelheid

60 km/u

Afmetingen (l/b/h) 5,74/2,65/2,73 m 

Bemanning

5

Ook bekend als de AMX-PRA L30, waarbij PRA staat voor PantserRups Artillerie en L30 voor de lengte van de loop uitgedrukt in het aantal maal het kaliber. De AMX-PRA is afgeleid van de AMX-13 lichte tank (beide voertuigen hebben hetzelfde onderstel) en werd in 1952 in Frankrijk in productie genomen. In Nederlands zijn er van 1965 tot 1984 in totaal 82 AMX-PRA's ingedeeld geweest bij de artillerie. De 11e Afdeling Rijdende Artillerie beschikte van 1969 tot 1982 over deze vuurmond, waar het de getrokken 105 mm houwitser M101 A1 opvolgde en de gemechaniseerde M109 voorafging. Na revisie door RDM & Wilton Feijenoord is medio jaren '80 een groot aantal AMX-PRA's verkocht aan Indonesië. 

M109 A2

Soort geschut Gemechaniseerde houwitser
Fabrikant BMY Combat Systems, VS
Bij KRA ingevoerd 1982
Kaliber 155 mm
Motor Detroit Diesel 8V71T, 8-cilinder, 9 l, diesel, 405 pk (302 kW)
Gewicht (beladen) 25.500 kg
Max. vuursnelheid 4 schoten/min
Max. dracht 23,5 km
Max. snelheid 56 km/u
Afmetingen (l/b/h) 9,07/3,22/3,24 m 
Bemanning 6

De eerste versie van de gemechaniseerde vuurmond M109 werd in 1962 in de VS bij Cadillac in productie genomen en groeide al snel uit tot een vaste waarde binnen de NAVO-arsenalen en bij veel andere legers. Hoofdbewapening van vele (inmiddels al of niet opgeheven) artillerieafdelingen: de 11e Afdeling Rijdende Artillerie, de 12e,14e, 41e, 43e en 44e Afdeling Veldartillerie. De M109 werd door verschillende fabrikanten in de VS geproduceerd; in Nederland in coproductie met Wilton-Feijenoord. In 1978 werd de M109 A2 in de VS in productie genomen en enige tijd later verscheen deze in Nederland. In 1990 deed de M109 A2/90 zijn intrede bij de Nederlandse artillerie, een door RDM in Nederland geüpgrade versie van de M109 A2. Na vier decennia als belangrijkst geschut van de Nederlandse artillerie gefungeerd te hebben, werd op 10 januari 2008 officieel afscheid genomen van de M109, middels een laatste schot op het Artillerie Schietkamp. De M109 werd vervangen door de hypermoderne gemechaniseerde 155 mm houwitser PzH 2000.

PzH 2000 NL

Soort geschut

Gemechaniseerde houwitser

Fabrikant

Rheinmetall/Krauss-Maffei Wegmann, Duitsland

Bij KRA ingevoerd

2007

Kaliber

155 mm

Motor

MTU MT 881 Ka 500, 8-cilinder, 18 l, diesel, 1000 pk (735 kW)

Gewicht (beladen)

55.000 kg

Max. vuursnelheid

10 schoten/min

Max. dracht

40 km

Max. snelheid

61 km/u

Afmetingen (l/b/h) 11,66/3,58/346 m 
Bemanning 5

De PzH 2000 NL is de langverwachte opvolger van de M109. De grootste verbeteringen ten opzichte van de M109 A2/90 zijn de verdere dracht, betere bepantsering, betere terreinvaardigheid en hogere vuursnelheid. Door het geautomatiseerde laden van de 45-50 kg zware projectielen zijn ook de arbeidsomstandigheden sterk verbeterd. De eerste twee stuks PzH 2000 zijn in november 2005 afgeleverd op het Opleidings- en Trainingscentrum Vuursteun (OTCVust) in ‘t Harde. In eerste instantie gebruikt voor beproevings- en verificatiedoeleinden en vervolgens voor demonstraties, opleiding en omscholing. In januari 2006 is begonnen met de aflevering van de resterende PzH 2000's. De 14e Afdeling Veldartillerie was de eerste afdeling die op de PzH 2000 overschakelde; ; in 2007 schakelde de 11e Afdeling Rijdende Artillerie over op de nieuwe vuurmond. Beide afdelingen beschikken ieder over 12 stuks PzH 2000.