SFIR-5, Irak, 2005
Personeel van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie heeft in 2005 deelgenomen aan de internationale Stabilisation Force Iraq (SFIR) in Irak. Deze militaire macht werd na de Golfoorlog van 2003 in eerste instantie als bezettingsmacht in Irak gestationeerd. Na de installatie van een regering door de Verenigde Staten op 28 juni 2004, was SFIR formeel geen bezettingsmacht meer.
Achtergrond
Nadat het regime van Saddam Hoessein uit Irak was verdreven door militair optreden van
met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, deelde de Nederlandse
regering de mening dat het een vereiste was om een multinationale
stabilisatiemacht in Irak te installeren, totdat er een Iraakse regering was
geïnstalleerd. Dit vanwege de stabiliteit in de regio, het behoud van de
territoriale integriteit en de binnenlandse veiligheid en stabiliteit. Nederland
gaf dan ook gevolg aan het beroep van de Veiligheidsraad om bij te dragen aan de
wederopbouw van het land, de hervorming van de overheidsinstanties en het
creëren van stabiliteit en veiligheid in Irak.
In
de periode van 12 januari 2005 tot en met 15 maart 2005 vormde personeel van de
11e Afdeling Rijdende Artillerie het Wapenlocatieradar (WLR) Detachement, als
onderdeel van de 5e rotatie van de Stabilisation Force Iraq 5 (SFIR-5). Het
detachement loste in Irak een detachement van de 101e Artillerie
Ondersteuningsbatterij af. Het personeel van het detachement was voornamelijk
afkomstig van de 1e Batterij van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie. Aangezien
de WLR niet in de bewapening van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie was,
moesten de Rijders eerst worden opgeleid op de WLR. Het detachement bestond uit
een commandogroep, een doelverwerkingsgroep en twee radargroepen.
De eerste radargroep was gelegerd op de base bij Ar Rumaythah. De tweede radargroep
en de staf waren gelegerd op As Samawah (Camp Smitty). De hoofdtaak was
uiteraard het bemannen van de WLR’s. Deze waren op de bases gestationeerd
vanwege de dreiging van beschietingen met mortieren en raketten. Deze
beschietingen zijn ook daadwerkelijk voorgekomen. De WLR is in staat om de
ballistische baan van een afgeschoten projectiel, bijvoorbeeld een
mortiergranaat, terug te rekenen naar een vrij nauwkeurige coördinaat van waar
het projectiel afgeschoten is. Deze coördinaat kan dan worden gebruikt om
tegenmaatregelen te treffen.
Buiten het bemannen van de WLR’s werden er nog
veel andere taken uitgevoerd. Zo hebben Rijders meegeholpen met patrouilles van
Civil Military Cooperation (CIMIC) teams, oftewel patrouilles van de
marechaussee. Ook werden de EOD en de Security Sector Reform (SSR) ondersteund.
Op de bases werd meegeholpen met de wacht, in de postkamer en met de
bardiensten.
Voor de groep op Ar Rumaythah was er lang onduidelijkheid over wanneer de
terugreis zou beginnen. Op 9 maart kwam er een grote verassing: binnen vier uur
moest iedereen op de base van gehele operationele gereedheid ineens
verplaatsingsgereed zijn. Door de toegenomen dreiging (en de al op handen zijnde
overdracht van het operatiegebied aan de locale autoriteiten) was er besloten op
9 maart de gehele base te ontruimen en onmiddellijk over te dragen aan de locale
autoriteiten.
Op 15 maart 2005 was het gehele detachement
weer terug in Nederland. Het Irakese avontuur zat erop.