EUFOR-3, Bosnië, 2005-2006
Personeel van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie is uitgezonden geweest in het kader van de European Union Forces (EUFOR) in Bosnië. EUFOR was de voortzetting van de Stabilisation Force (SFOR) , de NAVO-vredesmacht die na het onafhankelijk worden van Bosnië-Herzegovina toezag op de vrede en de wederopbouw aldaar. In 2004 ging de SFOR-missie verder onder de vlag van de Europese Unie onder de naam EUFOR.
Achtergrond
Een maand na het ingaan van het staakt-het-vuren in Bosnië-Herzegovina in
oktober 1995, resulteerden onderhandelingen in het zogenaamde Dayton-akkoord.
Met het aannemen van resolutie 1031 door de Veiligheidsraad werd voorzien in de
oprichting van de Implementation Force (IFOR), een 60.000 man sterke
NAVO-implementatiemacht, die moest toezien op de handhaving van het
staakt-het-vuren, de afbakening van de scheidslijnen tussen de Servische en
Moslim-Kroatische gebieden en op de kantonnering van de wederzijdse militairen
en hun zware wapens. Een kleinere Stabilization Force (SFOR) loste IFOR na een
jaar af. De 11e Afdeling Rijdende Artillerie droeg onder andere bij aan SFOR-3
(1997-1998) en SFOR-13 en -14 (2002-2003).
In
de loop der jaren verbeterde de veiligheidssituatie in Bosnië sterk en werd de
omvang van SFOR stapsgewijs afgeslankt. EUFOR startte eind 2004 met de
eindsterkte van SFOR, circa 6.000 militairen. Het doel van de vredesmacht was
bijdragen aan een veilige en stabiele omgeving in Bosnië-Herzegovina en de zorg
voor de naleving van het Dayton-akkoord.
EUFOR-3: Liaison and Observation Teams (LOT)
In
de periode van oktober 2005 tot en met mei 2006 heeft de 11e Afdeling Rijdende
Artillerie verschillende Liaison and Observation Teams (LOTs) geleverd voor
EUFOR 3. Deze teams werden hoofdzakelijk gevuld met personeel van de
Afdelingsstaf en de Staf, Staf- en Verzorgingsbatterij van de 11e Afdeling
Rijdende Artillerie.
Deze LOTs zaten verspreid door geheel Bosnië en waren verdeeld in verschillende
operatiegebieden. De taken van deze LOTs waren meerledig; het verkrijgen van
allerhande informatie vanuit de omgeving en het fungeren als intermediair voor
de lokale bevolking richting de lokale autoriteiten en de internationale
troepenmacht.
De
leden van een LOT zaten niet gelegerd op een base, maar woonden tussen de mensen
in een eigen huis. Zij waren ook zo veel mogelijk op straat aanwezig tussen de
gewone mensen. Ook het eten gebeurde veelal niet in eigen huis, maar in lokale
eetgelegenheden of bij mensen thuis. Dit was namelijk de enige manier om goed te
kunnen voelen wat er leefde onder de mensen. Tijdens patrouilles werd er bij
mensen thuis gekeken. Hierbij was het onvermijdelijk dat de Rijders samen met de
bewoners Rakija dronken, een in de Balkan zeer populaire drank met meestal een
zeer pittig alcoholpercentage. In tegenstelling tot sommige latere uitzendingen
mochten de Rijders hier wel meedrinken met de bevolking voor het uitoefenen van
hun taak (het is nogal beledigend om een borrel af te slaan). Daarnaast werd er
uiteraard ook bij scholen, overige openbare voorzieningen en de lokale
autoriteiten en overheid gekeken. Hierbij kwam ook Civil Militairy Coöperation (CIMIC)
aan de orde.
EUFOR-3: Normal Framework Operations Company (NFOCoy)
In de periode van oktober 2005 tot en met mei 2006
vormde de 2e Batterij van de 11e Afdeling Rijdende Artillerie de kern van 1(NLD)
Normal Framework Operations Company Multinational Battlegroup North West in
Bosnië. Deze mond vol wordt officieel afgekort tot 1(NLD) NFOCoy MNBG NW, verder
kortweg aangeduid als NFOCoy.
Al in december 2004 waren er geruchten dat de 2e Batterij zou worden aangewezen
voor een uitzending naar Bosnië. Vanaf maart 2005 werd er daadwerkelijk begonnen
met opwerken. In eerste instantie moest een artilleriebatterij qua denken en
werken in een geheel andere mindset worden gebracht. In de eerste periode lag de
focus dan op het zogenaamde 'groene' werk, de algemene basis infanterietaken in
het kader van de 'Force Protection'. Vanaf mei werd het programma 'blauw' en
werden de missiegerichte taken zoals Vehicle Check Points (VCP) beoefend.
De 2e Batterij vormde zoals gezegd de kern van de NFOCoy. Om aan de aantallen te
kunnen voldoen werd er personeel van alle andere batterijen toegevoegd,
waaronder ook de in 2008 opgeheven 3e Batterij, die destijds net uit Duitsland
was overgeplaatst. Van buiten de afdeling werden er een groep genisten en een
peloton Bulgaarse infanteristen toegevoegd. In totaal bestond de geformeerde
compagnie uit drie maal een infanteriepeloton (twee Nederlandse en één 1
Bulgaarse) en een logistiek peloton. De compagnie viel in het missiegebeid onder
het commando van een Brits bataljon. Dit was niet het minste bataljon, maar de
wereldberoemde 'Ghurka Rifles'.
Eind oktober 2005 was de gehele compagnie operationeel op Dutch Base Bugonjo.
Dit was de uitvalsbasis tijdens de uitzending, maar de opdrachten waren door de
gehele Area Of Responsibility (AOR). Hierbij werd soms overnacht op andere
locaties zoals de base op Banja Luka Metal Factory (BLMF). Al snel werden er de
eerste operaties opgestart. Deze operaties vielen in verschillende categorieën
uiteen, zoals het inspecteren van locaties om illegale houtkap tegen te gaan,
Observation Posts (OP's) inrichten, Mobile Vehicle Checkpoints (MVCP's)
uitvoeren om smokkel van velerlei goederen, waaronder wapens, tegen te gaan en
Harvest Operaties waarbij gericht op wapentuig werd gezocht in huizen. Deze
operaties werden niet alleen door de NFOCoy uitgevoerd, ook moest er worden
samengewerkt met lokale autoriteiten zoals met de 'State Border Service' (SBS)
en de lokale politie.
Tijdens de uitvoering van de checkpoints en de Harvest
Operaties werden er bij meerdere gelegenheden wapens en munitie aangetroffen.
Dit varieerde van kogels en bajonetten tot in goede staat verkerende AK-47's.