Panzerhaubitze 2000 NL (PzH 2000 NL)
De 11e Afdeling Rijdende Artillerie is uitgerust met de hypermoderne gemechaniseerde 155 mm houwitser PanzerHaubitze 2000, kortweg PzH 2000. Alvorens op dit geschut in te gaan, enige informatie over geschut in het algemeen.
Aanvankelijk was het onderscheid tussen een houwitser en een kanon dan ook simpel: een houwitser vuurde granaten af en
een kanon massieve kogels.
Dat verschil viel echter weg toen ieder geschut granaten af kon vuren. In de
navolgende eeuwen werden allerlei (technische) criteria gehanteerd om houwitsers
van kanonnen te onderscheiden. Het kwam er op neer dat indirect vurend geschut (het zogenaamde krombaangeschut) als
houwitsers werden bestempeld en direct vurend geschut (het zogenaamde vlakbaangeschut) als
kanonnen. Voor het zeer steil vurende krombaangeschut kwam er een derde
categorie: de mortier. Grofweg geldt deze categorisering vandaag de dag nog
steeds. Door de kromming van de kogelbaan en de lengte van de schietbuis wordt de
PzH 2000 gezien als een houwitser.
De Nederlandse PzH 2000 NL vindt zijn oorsprong in het project 'Vervanging Vuurmonden
M109 en M114'. Dit project had vanaf 2000 vooral als doel de technisch en operationeel verouderde gemechaniseerde 155 mm houwitser M109 A2/90 te vervangen. Het getrokken geschut (en dus de getrokken 155 mm houwitser M114) was inmiddels bij de
Koninklijke Landmacht uitgefaseerd. De eerste werkgroepvergadering om de M109 te vervangen vond plaats op 18 januari 2000.
Geruime tijd daarvoor was er al een inventarisatie gehouden naar mogelijke kandidaten. In september 2000 heeft de Staatssecretaris van Defensie de
Tweede Kamer voorgesteld om de zogenoemde verwervingsvoorbereidingsfase in te gaan met alleen de
PzH 2000 NL.
De Tweede Kamer ging hij ermee akkoord. Het startschot was gegeven voor een gerichte keuze: de
PzH 2000. Toch zou het nog tot het voorjaar van 2002 duren voordat echt duidelijk werd dat de
PzH 2000 ook bij de Nederlandse veldartillerie in de bewapening zou komen.
Belangrijk hierbij is een goede synchronisatie van die projecten'. Dit laatste geeft al aan dat het hebben van een Realisatie- en Voorbereidingsteam pure noodzaak is omdat er veel projecten zijn (of komen), die feitelijk niet meer los van elkaar gezien kunnen worden.